Ben Beijer kijkt uit op de Walmolen vanaf zijn appartement. (foto: Roel Kleinpenning)
Ben Beijer kijkt uit op de Walmolen vanaf zijn appartement. (foto: Roel Kleinpenning) (Foto: Roel Kleinpenning)
Ben Beijer bekijkt 't anders

Hangplek?

Net na oudjaarsnacht sprak ik met aardige vrienden die bang waren dat er een hangplek vlak bij hun woning begon te komen. Toen ik bij hen op bezoek was, zag ik niets hangen en zei dat ik het wel mee zou vallen. De hangjongeren bleken er echter alleen in het (half)donker te zijn en volgens onze vrienden rookten of snoven ze misschien wel.

De jongeren zijn zich waarschijnlijk net als wij vroeger van geen kwaad bewust. Wij kwamen toen we 14, 15 jaar waren ook regelmatig bij elkaar, dicht bij de eerste patatzaak in ons dorp. Toen wij zo jong waren namen wij het niet zo nauw qua hangplek; sterker: we wisten niet eens wat het was. Bij die patatzaak hingen altijd wel jongeren rond om in het weekend een patatje te halen. Met mayonaise was dat tien, en met piccalilly vijf cent extra.

We stonden er meestal omdat we ons denk ik verveelden, en kwamen daar leeftijdgenoten tegen die dezelfde hobby hadden. Ik weet nog goed dat wij het niet fijn vonden als er volwassenen bij kwamen staan. Wij durfden niet te vragen: ‘hebben jullie niets beters te doen?’, want thuis werd geleerd dat je geen grote mond naar ouderen mocht hebben. Toen een dame uit de buurt dan ook eens vroeg ‘wat wij daar zochten’, keken we allemaal verlegen naar onze schoenen. Een van de bijdehandjes durfde te zeggen dat wij een verloren fietssleuteltje zochten. Toen de dame op haar knieën mee ging zoeken, waren wij zo verdwenen.

Misschien ook een tip voor onze vrienden: als er weer wat jongeren, misschien wel staan te snuiven of roken, ga er dan met een paar ouderen gezellig in de buurt staan en steek wat dik gedraaide shagjes op en bespreek de kwaliteit samen. Grote kans dat ook die jongeren een ‘gezelliger plekje’ zoeken.

Goed gaon.

Meer berichten