Kirsten Zimmerman in de cel waar aan de muren de foto's prijken van de 46 gefusilleerde mannen.
Kirsten Zimmerman in de cel waar aan de muren de foto's prijken van de 46 gefusilleerde mannen.

Emotioneel cellenbezoek

DOETINCHEM – De cellen van de voormalige gevangenis de Kruisberg zien er tegenwoordig nog vrijwel net zo uit als tijdens de Tweede Wereldoorlog toen de Sicherheitdienst er honderden verzetsmensen en geallieerden gevangen hield. Vrijdag had Stichting Doetinchem Herdenkt (SDH) voor de tweede keer de deuren ervan voor publiek geopend en vertelde er aangrijpende verhalen. Dat gold vooral voor de familieleden van de mannen die er hun laatste uren doorbrachten.

Met 80 aanmeldingen was de middag volgeboekt. Vanwege de geringe grootte van de cellen waren de bezoekers ingedeeld in zes groepen. "We vertellen de verhalen in twee cellen en op de luchtplaats", legt SDH-voorzitter Karel Berkhuysen uit. "Vervolgens laten we de groepen rouleren. In de ene cel vertel ik over de Doetinchemse verzetsvrouw Iet Gerritsen en de Brit Peter Thorne die er beiden gevangen zaten en over de algehele toenmalige situatie. Op de luchtplaats verhaalt SDH-vrijwilliger Ger Lieverdink onder meer over de naoorlogse periode toen er 1300 NSB'ers opgesloten zaten. En in de andere cel vertelt Kirsten Zimmerman over de 46 verzetsmensen die er gevangen zaten totdat ze op 2 maart 1945 naar Varsseveld werden afgevoerd om daar op het Rademakersbroek door een Duits vuurpeloton te worden gefusilleerd als represaille voor de moord op vier Duitse militairen door het verzet."
Vrijdag bestonden de laatste drie groepen uitsluitend uit familieleden van die 46 mannen. Daaronder enkele van hun kinderen en kleinkinderen. "Nog nooit hadden zij en andere familieleden de Kruisberg bezocht. Dat zorgde voor een indrukwekkende sfeer. Vooral omdat ook nu weer bleek hoe die traumatische gebeurtenis hun leven en ook dat van een tweede en zelfs derde generatie heeft bepaald."

In de cellen lazen Zimmerman en Berkhuysen diverse verhalen en passages uit dagboeken voor. "Onder meer een dagboekfragment van Piet Gruwel uit Etten, de hoofdonderwijzer van de lagere school", vertelt Berkhuysen. "Vanwege zijn verzetsactiviteiten belandde hij na een inval bij hem thuis op 1 maart 1945 in een cel in de Kruisberg. In die cel maakte hij kennis met drie celgenoten. De volgende ochtend klonken hun namen: "Sofort fertig machen. Transport", schreeuwde een SD'er. De drie kregen een briefje in hun zak met hun naam. Vervolgens werden hun handen op de rug gebonden. Gruwel gaf ze nog een stuk roggebrood mee voordat ze met 43 anderen werden afgevoerd.
Pas vijf dagen later vernam hij van een nieuwe gevangene dat de 46 mannen op het Rademakersbroek bij Varsseveld waren gefusilleerd. Hevig geëmotioneerd kuste Gruwel daarop hun ingekraste namen op de betonnen celmuur. Uit woede was hij drie dagen niet in staat om te eten."

Piet Gruwel kwam op 28 maart vrij. Drie dagen voordat Canadese troepen de Kruisberg bereikten. Door contact met een Duitse militair werd hij vrijgekocht; in ruil voor een vet varken. De Duitsers brachten hem naar Montferland waar ze hem midden in het bos vrijlieten.

"De zoons van Piet Gruwel hadden vrijdag de oorspronkelijk dagboekaantekeningen bij zich", zegt Berkhuysen. "Toen bleek dat er ook familieleden aanwezig waren van Gruwels celgenoten. En dat is een belangrijk aspect waarom we een en ander organiseren. Want soms blijken, ook nog na 75 jaar, allerlei puzzelstukjes plotseling in elkaar te vallen en worden vragen toch nog beantwoord. Temeer daar er in veel gevallen door de nabestaanden al die tijd niet of nauwelijks over werd gepraat. Het verdriet was vaak te groot. Dat bleek ook voor de weduwe van Derk Jan te Rietstap. "Praten erover deed ze niet, vertelde haar zoon die vrijdag samen met zijn zus eveneens aanwezig was. Ze kon echter wel goed schrijven. Dat heeft ze uitgebreid gedaan in de dagboeken die ze heeft bijgehouden."

Het is niet het enige wat hen aan hun vader herinnert. "De lijken zijn na enige tijd opgegraven uit het tijdelijke massagraf om vervolgens in de woonplaatsen te worden begraven", weet Berkhuysen. "De das die Te Rietstap droeg, waste zijn vrouw. Er naar kijken konden ze nooit. Maar nu is de das ingelijst. Er zit een vuistgroot gat in. Een overblijfsel van het nekschot."

Meer berichten