Gemeente Doetinchem: Van 40 naar 90 statushouders


Wethouder Jorik Huizinga van de gemeente Doetinchem. (foto: Roel Kleinpenning)
Wethouder Jorik Huizinga van de gemeente Doetinchem. (foto: Roel Kleinpenning) (Foto: Roel Kleinpenning )

Gemeente Doetinchem: Van 40 naar 90 statushouders

  Nieuwsflits

Doetinchem - Onlangs berichtten de media dat gemeenten in 2021 27.000 passende woningen voor asielzoekers met een verblijfsvergunning moeten aanbieden. In 2020 waren er dat nog 12.000. Waar komt die enorme stijging vandaan en hoe gaat dat in de praktijk in zijn werk?

door Bert Vinkenborg

Portefeuillehouder wethouder Jorik Huizinga kan er meer over vertellen. “Belangrijk is dat wij als gemeente de opgave hebben statushouders te huisvesten. Het aantal staat in relatie tot het aantal inwoners. De toewijzing komt van het COA, het Centraal orgaan Opvang Asielzoekers. In Doetinchem hebben we een beleidsambtenaar die de contacten met het COA onderhoudt om een en ander in goede banen te leiden.”

Op de vraag of de gemeente het toewijzingsaantal nog kan bijsturen, is het antwoord kortweg “Nee”, maar voegt Huizinga eraan toe dat Doetinchem in de afgelopen jaren meer heeft gedaan dan de taakstelling en dat daarmee bij de aantallen voor de toekomst rekening gehouden wordt.

Gewapende conflicten

Een visie over het aantal woningen dat na 2021 beschikbaar moet komen is er niet. Huizinga: “Dat is ook lastig want de instroom van asielzoekers is sterk afhankelijk van gewapende conflicten op een bepaald moment ergens in de wereld.“

Omdat de vertraging tussen het moment van binnenkomst en het al dan niet verkrijgen van een status op dit moment al gauw in de buurt van de vier jaar ligt, moet dat toch niet zo moeilijk zijn. Waar komt de stijging van 12.000 naar 27.000 statushouders in een jaar tijd vandaan? Met enige aarzeling geeft de wethouder toe dat dit waarschijnlijk toe te schrijven is aan de achterstand bij de IND, de Immigratie- en Naturalisatiedienst, in de afgelopen jaren en die men nu bezig is in te lopen.

Voor Doetinchem betekent dat concreet een sprong van 40 statushouders in 2020 voor wie een woning gevonden moest worden naar 90 in 2021.

Nieuwe wet

Tot voor kort werden zaken met betrekking tot statushouders vooral centraal geregeld. Dat gaat veranderen door de nieuwe Wet Inburgering die met ingang van 2022 van kracht moet worden. De gemeente is volgens Huizinga dichtbij beter in staat dit op een goede manier te regelen dan de rijksoverheid op afstand.

Betaalbare huurwoningen zijn schaars en er is veel vraag naar. Hoe lost de gemeente dit op om te voorkomen dat inwoners die hieraan behoefte hebben ernaast grijpen? “Vanuit het rijk is de gemeente een ondersteuningspakket toegezegd. Wij denken dat we uit de bestaande woningvoorraad zowel statushouders als inwoners met een prioriteit kunnen bedienen. Als voor die twee groepen nog niet genoeg woningen beschikbaar komen dan kunnen we denken aan het verbouwen van leegstaande kantoorpanden. Wij werken nauw samen met woningcorporatie Sité Woondiensten en tot nu toe is het nog steeds goed gelukt. In de laatste jaren wordt ook rekening gehouden met de wensen van de statushouder zelf”, legt de wethouder uit.

Inburgering

Als statushouders eenmaal zijn gehuisvest begint een ander proces namelijk de inburgering. Hoe gaat dat in zijn werk? “Voor elke statushouder volgen wij een traject dat bij hem of haar past en dat kan per geval heel verschillend zijn. In bijna alle gevallen komt dan Laborijn in beeld. Daar is ook een Syriër in dienst die zelf een soortgelijk verhaal heeft meegemaakt.”

Als voor een relatief groot aantal statushouders een woning moet worden gevonden, hoe groot is dan de kans dat één straat te maken krijgt met een groot aantal nieuwe Nederlanders in de wijk? Huizinga: “Er wordt gekeken naar spreiding binnen de gemeenschap. Dat helpt bij de inburgering en de acceptatie door de omgeving. Over het algemeen zijn statushouders heel gelukkig als ze door de Nederlandse gemeenschap worden geaccepteerd en mee mogen doen met wijkevenementen. Wij maken een PIP, een Plan Inburgering en Participatie dat op de persoon is geënt en samen met de inburgeraar wordt gemaakt en uitgevoerd.”

Over de toekomst meent Huizinga: “We kunnen het beter doen dan het was en het werkt.“

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden