<p>Mark Boumans. (foto: Roel Kleinpenning</p>

Mark Boumans. (foto: Roel Kleinpenning

(Foto: foto Roel Kleinpenning)

In gesprek met de burgemeester: Joods vastgoed

  Nieuwsflits

Burgemeester, in de oorlog is Joods vastgoed onteigend en voor weinig geld doorverkocht. Sinds wanneer weten we dat en waarom is er niet eerder onderzoek naar gedaan ?

”In 2019 zijn de in het Nationaal Archief opgeslagen archieven over het Joods vastgoed in Nederland gedigitaliseerd. Onderzoeksjournalisten zijn daar toen in gedoken. Een van de onderwerpen was hoe Nederlandse gemeenten daarmee zijn omgegaan. Het programma Pointer van de KRO-NCRV heeft daar vorig jaar uitgebreid aandacht aan besteed.”

Wie gaat deze zwarte bladzijde van onze geschiedenis onderzoeken?

“Voor Doetinchem en nog 33 andere gemeenten was het programma de aanzet om hun eigen rol in deze zaak te gaan onderzoeken. De raad besloot in oktober 2020 het college opdracht te geven tot nader onderzoek. Dat onderzoek is gedaan door Karel Berkhuysen van de stichting Doetinchem Herdenkt. Het zeer gedetailleerde en van foto’s voorziene boekwerk is op 22 april aan de gemeenteraad aangeboden.”

Om hoeveel panden gaat het in Doetinchem en wat was de waarde toen en wat zouden ze nu waard zijn?

“Tussenbegin 1943 en september 1944 vonden in Doetinchem 54 transacties plaats. Het ging om grond, synagogen, woningen en winkels. Voor de grond en woningen werd in totaal 323.086 gulden betaald, naar huidige waarde omgerekend zou dat ruim twee miljoen euro zijn. Ook toen was dat een fractie van de werkelijke waarde. De werkelijke waarde was veel hoger en zou nu tientallen miljoenen euro’s bedragen.”

Waren de toenmalige kopers ‘foute’ Nederlanders?

“Het ging om een kleine kring bemiddelaars en kopers. Daar waren ‘foute’ Nederlanders bi jen ook mensen met een relatie tot de bemiddelaars die een mooie slag dachten te slaan. Gelukkig was de gemeente niet een van de kopers.”

Wat kan er nu nog worden ondernomen om dit onrecht goed te maken?

“In niet-materiële zin door openlijk erkennen en betreuren wat er gebeurd is. Ik zal bij de eerstkomende gelegenheden zoals de Dodenherdenking dat zeker doen. Het is natuurlijk onmogelijk wat er destijds gebeurd is nu nog goed te maken. Die gelegenheid was er toen de weinige overlevenden uit de kampen of de onderduik terugkwamen, maar die konden toen maar zelden op een hartelijke en meevoelende ontvangst door hun medeburgers en de overheid rekenen.”

Op wie kon een financiële compensatie verhaald worden?

“Veel transacties met Joods vastgoed verliepen via tussenpersonen. De meeste van deze tussenpersonen zijn na de oorlog vervolgd en hebben kortere of langere tijd gevangen gezeten. Een beroepsgroep die ook van die transacties profiteerde was die van de notarissen die bij elke transactie een sleutelrol vervulden. In veel gevallen wanneer de verkoop via een tussenpersoon verliep, zelfs twee keer. Via de naoorlogse regeling voor Rechtsherstel konden teruggekeerde Joden hun bezittingen terugeisen. In veel gevallen waren er geen rechthebbenden meer omdat ze in de kampen waren omgekomen.”

(tekst: Bert Vinkenborg)



Meer berichten