
Arjan Lassche van KWS licht de aanwezige agrariërs voor over de eigenschappen van verschillende graansoorten. Foto: Guus Helle
Guus HelleEerste jaar veldproef Achterhoekse graanteelt afgesloten
LandbouwMEDDO – Op een boerenerf nabij Meddo is een bijzonder beeld te zien in het Achterhoekse landschap: veertien smalle stroken met elk een ander wuivend gewas. De kleuren zijn betoverend, van goudgeel naar diepgroen. Bij nadere inspectie wordt duidelijk dat het allemaal verschillende graansoorten zijn, de ene niet hoger dan een halve meter, dan ander komt boven de hoofden van de mannen die zich een weg er doorheen banen. De zon schijnt fel en de mannen praten over de dikte van de aren en de grote van de graankorrels. De voorlopig laatste bijeenkomst van het project Bodemmaatregelen Winterswijk krijgt een zonnige afsluiting.
Door Guus Helle
“Het probleem is dat een generatie geen graan heeft verbouwd. De kennis en ervaring is er bijna niet meer”, opent Gerard Abbink de bijeenkomst op 20 juni. Abbink staat samen met een zestigtal aanwezigen, velen melkveehouders uit de omgeving, voor een uitgestrekte akker waarin de resultaten van het project goed te zien zijn. De verschillende graansoorten, waaronder wintergerst, wintertarwe, hybriderogge en triticale, zijn afgelopen november ingezaaid en de eerste granen zijn bijna klaar voor de oogst. “Nog een week of drie, dan kunnen we de wintergerst oogsten en zien wat dit project oplevert”.
Abbink, zelf melkveehouder en manager bij Groeikracht BV, heeft de veldproef opgezet in samenwerking met bodemdeskundigen van Aequator Groen + Ruimte in opdracht van Stichting Waardevol Cultuurlandschap (WCL Winterswijk). Het project wordt mogelijk gemaakt door middelen vanuit het actieplan NIL en provincie Gelderland.
Het doel van de veldproef, zo legt Abbink uit ter inleiding van de bijeenkomst, is om te testen welke graansoort het beste groeit op de Achterhoekse zandgronden. Elke gewas heeft vier vakken gekregen en er is op verschillend manieren geteeld. Van extensief, met relatief weinig bemesting, tot intensief, met meerdere bemestingsgiften en gewasbeschermingsmiddelen. Zo kan worden getest welke graansoort de meeste opbrengst geeft en wat de beste omstandigheden zijn.
Regen, regen en meer regen
Het groengele veld heeft er niet altijd zo uitgezien. Direct voor en na het inzaaien van de graansoorten in november gooide de aanhoudende regen roet in het eten. Het zorgde ervoor dat het lagergelegen gedeelte van de akker voor een groot deel onderwater kwam te staan. De plantjes die daar hun best deden uit de grond te komen, hebben het niet gered. In het hoger gelegen deel van het veld kreeg het graan de kans tot groei.
“De proef is minder groot geworden dan gepland, maar de resultaten zijn interessant”, aldus Abbink. Samen met een zestal andere deskundigen deelt hij de inzichten die de proef heeft opgeleverd. De aanwezige boeren worden op het veld bijgepraat over de het saldo dat behaald kan worden met graanteelt, over de beste bemestingshoeveelheid en gewasbeschermingsmiddelen en over het effect dat dit heeft op de bodemkwaliteit en beworteling van de planten.
Ook is Henk Berenschot aanwezig, voormalig voorzitter Wildbeheereenheid Winterswijk. De oud-jager vertelt over de rol van wildbeheer voor agrariërs en begint met een stukje geschiedenis: “Vroeger waren het alleen de notabelen die jaagden. Ze pakten de trein naar Miste en Varsseveld en gingen al jagend terug naar huis”. Uiteindelijk zijn alle jagers wildbeheerders geworden, legt hij uit, en dit ziet hij al een belangrijke taak: “Het is onze taak alle soorten in stand te houden. Je schiet niet graag de laatste fazant dood die in een weiland loopt”. Hij zegt voorstander te zijn van graanteelt en pleit voor agrarisch natuurbeheer: “We moeten met moderne manieren de natuur terugbrengen”.
De beste graansoort
Maar wat kan er uiteindelijk gezegd worden over de beste graansoort voor de Achterhoek? Arjan Lassche, gewasadviseur bij veredelingsbedrijf KWS, kent de soorten door en door. Elk gewas kent voor- en nadelen, maar wintergerst kan veel uitkomsten bieden, benadrukt hij: “Je kan het vroeg oogsten, waardoor je het veld op tijd vrij hebt voor andere gewassen. Het is meer hufterproef dan wintertarwe en ook is de aarvorming en de korrelvulling achter de rug voordat in veel zomers de droge periode begint”.
Hij ziet een verschuiving van traditionele graansoorten naar zogeheten hybride varianten, zoals de snelle lente rogge: “Deze hebben veelal minder bemesting nodig, ervaren minder ziektedruk en hebben zelfs gemiddeld een hogere opbrengst van 10 tot 20 procent”. Wel is het zaad iets duurder dan dat van de traditionele soorten, maar is er minder van nodig, aldus Lassche.
Gerard Abbink ziet zijn eigen praktijkvermoeden bevestigd: “We zijn nog niet helemaal klaar om harde conclusies te trekken, we moeten de oogst afwachten, maar wintergerst of hybriderogge lijken de beste opbrengst te geven”. Wat betreft de hoeveelheid bemesting en gewasbeschermingsmiddelen die nodig zijn, komt het voornamelijk neer op een keuze voor de boer zelf: “Je kunt veel investeren om een zo hoog mogelijke opbrengst te realiseren, maar dit kost ook meer. Het alternatief is om juist zo min mogelijk te bemesten en te sproeien. Dit bespaart kosten, maar zal ook minder opbrengen”. Eén duidelijke conclusie kan hij wel trekken uit de veldproef: “Je moet niet bezuinigen aan het begin van de teelt. Alles wat je daar niet doet, zal je terugzien bij de oogst”.
‘De essentie
van het
boerenleven is
hopen dat
het volgend
jaar beter is’
Met deze bijeenkomst is het project Bodemmaatregelen Winterswijk voorlopig afgerond. De subsidieaanvraag voor volgend jaar is al ingediend bij de provincie, maar of dit op tijd gerealiseerd wordt is de vraag: “We moeten na de zomer al beginnen met het inzaaien, anders hebben we volgend jaar niets om te onderzoeken”, aldus één van de aanwezige deskundigen.
Op de vraag of hij zich zorgen maakt om de aanhoudende natheid op het veld, zegt Abbink lachend: “De essentie van het boerenleven is hopen dat het volgend jaar beter is”.

