
‘Mijn grootste angst: de angst zelf’
Veur de DraodACHTERHOEK - In Veur de Draod beantwoorden Bekende Achterhoekers stellingen. Wie antwoordt legt zijn ziel bloot. Vandaag de Gorsselse Harry Leurink; beeldhouwer, houtsnijder en muzikant.
Door André Valkeman
1) Mijn mentale bui is:
“Ik zit op de veranda van mijn huisje in een rustig bos, het is zomer en ik heb net lekker lang gewandeld in de natuur met m’n lieve hondje Guapa. Ik speel straks nog wat gitaar en dan… dan ga ik zo lekker en gezond eten maken. Ik voel me redelijk vrij en tevreden.”
2) Ik lijk het meest op ‘mien va/mo’:
“Mijn vader komt uit Twente en was de jongste uit een groot katholiek gezin. Enkel de oudste zoon moest priester worden en de rest moest direct gaan werken om het seminarie te bekostigen. De hoofdonderwijzer kwam tevergeefs pleiten voor een plekje op de HBS voor mijn vader.
Mijn vaders leven draaide later vooral om mijn moeder. Zij was alles voor hem. Hij haalde zijn geluk uit het gezin. Mijn moeder kwam uit Zuid-Limburg en was behoorlijk getraumatiseerd en daardoor complex en dominant. Ze kreeg op latere leeftijd botontkalking, toen zijn mijn ouders naar Spanje verhuisd. Mijn zusje was 17 of 18, ik was destijds 19 of 20. We waren allebei al het huis uit.
Ik lijk op beiden. Mijn zusje ook. Toch kregen we van allebei verschillende dingen mee. We, m’n zusje en ik, zijn totaal verschillend…’’
3) Mijn grootste angst is:
“Dat m’n kinderen ongelukkig zijn of worden… De almaar toenemende polarisatie in de samenleving en in de wereld…
Ik heb rond mijn dertigste een tijdje een paniekstoornis gehad. Dat was vreselijk. Angst uit het niets. Zonder enige aanleiding. Plotseling hevige adrenalinegolven en daarna geen serotonine (stofje dat een geluksgevoel geeft, red.) om het te temperen. Heel eenzaam.
Misschien is daardoor mijn grootste angst: de angst zelf. Angst maakt alles veel erger dan het eigenlijk is. Van kleine angsten, zoals de tandarts, tot grote zoals ziekte, ongeluk en de dood. Alles valt mee wanneer je niet bang bent. Ik hoop dat angst me zo veel mogelijk bespaard blijft.’’
4) Na de dood is er:
“Hetzelfde als voor je geboorte vermoed ik. Je houdt op te bestaan, te zijn, behalve in de gedachten van de levenden.’’
5) Beeldhouwer, muzikant, liedjesschrijver, de Willie Wortel achter taperingstrips; van alles dat ik kan ben ik dit het meest…
“Muzikant. Althans nu. Eerder was ik vooral houtsnijder en beeldhouwer.
Op de taperingstrips (medicatie in een stripvorm, hetgeen Leurink bedacht. De strip kent dagelijks een afnemende dosis van bijvoorbeeld één procent, waardoor verslaving aan medicatie verdwijnt, red.) ben ik trots. Vooral omdat het zoveel mensen helpt. Ik heb er trouwens geen octrooi of patent op, dus ik ben niet rijk. Het leidt zijn eigen leven, ik bemoei mij er niet zoveel mee.
Met de liedjes die ik schreef met jeugdvriend en tekenaar Kees van der Knaap wil ik nog wel heel graag dingen. Het zou fijn zijn om ze allemaal te kunnen opnemen en uitbrengen… Ik ben er nu rijp voor. En ik zou er graag mee willen optreden in theatertjes en op festivals. Met Vals Leed, mijn nieuwe band. We zijn een compact trio. We kunnen zacht met contrabas en percussie. Maar evengoed hard met drums en basgitaar. Muziek is heerlijk in het nu zijn.’’
6) Ik kan buiten de Achterhoek wonen:
“Ik ben geboren in Gorssel, in het bos, in een woonwagen die ‘Het Toppunt’ heette. Mijn ouders woonden daar omdat ze nergens anders terecht konden. Ze waren allebei recent gescheiden. Dat was rond 1960 een enorme schande. Het was de gelukkigste tijd van hun leven, zeiden ze vaak.
Maar ik heb daar nauwelijks herinnering aan. Op m’n derde verhuisden we naar Deventer, en ik heb gewoond in Hengelo, Schijndel, Den Bosch, Rotterdam, Amsterdam, Arnhem en Dieren…Toch ben ik best wel een beetje trots op het feit dat ik een Achterhoeker ben, hoewel misschien geen typische. De mensen zijn er minder opgefokt. Het leven is langzamer en dus beter.”
7) De mens is monogaam:
“Ik denk dat het in de huidige tijd steeds minder vaak zal gebeuren. De laatste jaren heb ik veel vrouwen leren kennen via datingsites. Ik vond dat een verrijking van m’n leven, maar ik heb, geloof ik, het meest met seriële monogamie. Twee echt lange relaties heb ik gehad, respectievelijk acht en 22 jaar. Ik hoop op nog één grote laatste liefde. Liefde is en blijft het allerbelangrijkste.”
8) Hierom huilde ik voor het laatst:
“Ik huil regelmatig. Gelukkig maar! Een film, een liedje, een boek, een schilderij, de sterren, de natuur! Ik vind het fijn om te kunnen huilen. Een ventiel. De druk ontsnapt.’’
9) Mensen met een accent zijn:
“Ik hou wel van accenten. Het kan heel charmant zijn. Het maakt mensen authentiek. Volgens mij zijn Nederlandse films vaak slechter dan films uit ons omringende landen omdat vrijwel iedere acteur er in een soort randstedelijk abn spreekt.’’
10) Dit komt op mijn grafsteen:
“Nee, ik heb geen passende tekst daarvoor paraat. Dus geen advies dan, voor de levenden. Hoewel… we spelen wel een liedje met als titel ‘Grafschrift’. Het laatste couplet? Luister: ‘Dus verticaal volk, luistert naar mij. Mindert uw vaart en let op uw tellen. Voordat je het weet is het alweer voorbij. Meer heb ik niet te vertellen.’’’