
Na enige weken in het vaderland teruggekeerd in een gloeiend heet Berlijn.
Er staat wat wind, die warme lucht door de straten blaast.
De bomen verliezen al blad.
Dat had ik ook in Utrecht waargenomen, in achtertuinen en elders. Alsof de herfst al in het begin van augustus was ingezet.
De voorafgaande natte zomer was een verklaring - de boomwortels zouden stikken in het hoge grondwater.
En nu de hitte.
Ik loop langzaam - om iedere inspanning te vermijden - door het groene Hansaviertel, de stadswijk waar ik dichtbij woon.
De wijk ligt midden in de stad, aan de centrale lijn van de Stadtbahn, U moet uitstappen bij station Bellevue, een halte verwijderd van het Hauptbahnhof.
Een oase is het.
Je merkt er niets van de winkeldrukte bij Bahnhof Zoo met zijn Kurfürstendamm of het toerisme van Mitte. Hier wordt alleen maar gewoond.
Maar hoe?
Voor de oorlog bevond zich hier een glanzende woonwijk voor de beter gesitueerden, met villa’s en herenhuizen, grenzend aan het grote park van de Tiergarten. De bouwstijl was oogverblindend. Engelse landhuizen naast Parijse barok. Neo-classicisme naast Italiaanse neorenaissance. Patriciërshuizen naast kleine stadspaleizen. De ene gevel nog fraaier bewerkt dan de andere. Balkons, loggia’s, torens, koepels. Beelden op dakranden.
Interieurs met gestucte plafonds, gelambriseerde wanden, monumentale entrees met marmeren vloeren, muurschilderingen en kroonluchters.
Hier woonden juristen, hoge ambtenaren, legerofficieren, industriëlen, medici en kunstenaars van rang en stand.
Even.
Een reeks geallieerde bombardementen legde de hele prachtwijk, die amper honderd jaar heeft bestaan, binnen enkele maanden in puin.
Op een rij panden langs de Spree en een paar huizen aan station Tiergarten na is alles verdwenen.
In de jaren vijftig van de vorige eeuw werd een groep internationaal gerenommeerde architecten gevraagd woonblokken te ontwerpen binnen een parkachtige aanleg. Le Corbusier, Gropius, Niemeyer, Taut, Van den Broek en Bakema, zulke mensen.
Sinds 1957 ontstond het huidige Hansaviertel. Slanke hoogbouw van zestien, zeventien etages, naast kleinschaliger wooneenheden, een winkelcentrum, twee kerken, een buurtbibliotheek. Een behuizing voor de Akademie der Künste.
De flats torenen nu als woudreuzen op tussen het intussen hoge geboomte.
Het is er schitterend.
Alle gebouwen hebben een monumentenstatus.
Een tijdcapsule.
De Poolse schrijver Witold Gombrowicz woonde in 1963 een tijdje op vijftien hoog, vlakbij het station Bellevue. Een plaquette bij de ingang citeert uit diens ‘Berliner Notizen’.
‘Uitzicht uit mijn ramen op vijftien hoog. De bleke vijvers van het uitgestrekte, soezende park en direct daarachter de Kurfürstendamm, de Zoo, het eigenlijke centrum van West-Berlijn met zijn Amerikaanse profiel, pulserend, fonkelend, blinkend. Neonreclames aan en uit, de alleeën vol met auto’s, de elektrische schijn van vuur aan de horizon. Uit het andere reusachtige raam: schemer en geheim, een enorm zwijgen, achter de Muur een uitgestrekt Oost-Berlijn met lange, treurig verlichte straten. Schoorstenen, torens, die in de vroege winterkou vervagen…’
Ja, zo kun je ook Berlijnse notities schrijven. Ik ben niet op vijftien hoog geweest. Het uitzicht moet nu rondom Amerikaans zijn.