‘Doe het gewoon’ Een bekende Nederlander sloot met deze drie woorden een radio-interview af. We kennen het als reclameslogan in het Engels: Just do it: doe het gewoon. Het zou bijna van toepassing kunnen zijn op het kabinetsbeleid (‘doen wat wél kan’).

De slogan is gericht op de sportwereld, maar een ieder kan hem in het dagelijks leven in de praktijk brengen. Een mooie oproep om het heft in handen te nemen waar je kan. Ga niet zitten mokken, maar doe!

Protesterende studenten nemen het ter harte om op te komen voor onrecht, boeren om een toekomst te kunnen zien, burgers uit Wageningen om tegen een AZC te protesteren.

Doe hét gewoon geeft een meer erotische lading. Of zoals John Lennon ooit deed in een bed met zijn vrouw: ‘Make love, not war’, als protest tegen oorlog en een oproep tot liefde.

Maar ‘doe het gewoon’ is dat niet alleen. Het is ook opkomen voor jezelf of de ander, de nadruk leggend op ‘gewoon’: kom wél in actie, maar doe het gewóón. Zonder poeha. Hierin blijft het doen van belang, het in actie komen, maar zonder geschreeuw en protest. Zoals de buren elke week een pannetje soep komen brengen bij de bejaarde buurvrouw of de opa zijn kleinzoon en zijn vriendje helpen met huiswerk. Gewóón doen en gewoon dóen in elkaar gesmolten.

Misschien had de geïnterviewde op de radio zijn favoriete schoenenmerk simpelweg geciteerd, en het vertaald naar het Nederland. Maar achter die drie woorden schuilt een wereld aan interpretaties waardoor het poëtischer is, dan het op het eerste gezicht lijkt.

Just do it roept op tot beweging. Kom uit je bubble, wees zorgzaam, kritisch en houd oog en oor voor elkaar. Doe het nou maar gewoon, we hebben er meer mensen van nodig.