Column Ben Beijer bekijkt 't anders

Column Ben Beijer bekijkt 't anders

Etten en Emmerich

Opinie

Vorige week schreef ik over vakantieavonturen sinds de tachtiger jaren, niks plannen maar op gevoel rijden. Voor ik verder over het vakantiegevoel schrijf is het misschien goed eerst de ‘definitie vakantie’ te bespreken Als ik terugdenk aan mijn vroegste vakantieherinneringen kan ik die het best omschrijven als: ‘Het verblijven in een vreemde omgeving met aanmerkelijk minder voorzieningen dan thuis.’ 

Als wij vroeger uitgingen zaten wij vaak achter in de bestelbus met smalle achterraampjes van mijn vader. Onze tuinbanken werden met touw aan de zijwanden vastgebonden. Als de picknickmand ook op z’n plaats stond, reden we naar een bosrijke omgeving. Ik weet het nog goed, de ritten naar de Holterberg of de Hoge Veluwe, waar we dan van broodjes en gazeuse smulden. Onderweg had ik al zo’n twee keer moeten overgeven, had ik geen gazeuse voor nodig. Wij woonden tegenover bossen met een zandverstuiving als hoogste punt, wij noemden die ‘de Bult’. Vonden wij zeker zo leuk omdat we dan niet in de auto moesten. Voor wilde dieren hoefden wij ook niet naar de Veluwe, de wolven leefden toen nog tot ieders tevredenheid in Rusland en Azië. Als wij een wild dier wilden zien fietsten we naar de beer bij Tropisch Oosten in Silvolde. Als goede tweede; het paard van onze buurman. Als de groenteman dat grote paard hard op zijn kont sloeg trapte die met zijn achterbenen van zich af, vonden wij wild genoeg. 

Later toen we met de zogenaamd luxe auto gingen, konden we het eerste stuk van onze reis zelfs naar buiten kijken. Na een tijdje nam het zicht ernstig af alsof we door zware mistbanken reden. Dat kwam omdat de ramen besloegen, en de sigarenrook van mijn vader. De raampjes moesten namelijk dicht blijven omdat mijn moeder niet tegen tocht kon. Airconditioning was er net zo min als een navigatiesysteem. 

Voor veel jonge kinderen begint de ellende, die volwassenen ook wel vakantie noemen met een veel te lange autorit. Ook wij maakten die fout toen wij de eerste keer met onze caravan op vakantie gingen. We hadden onze twee dochtertjes gezegd dat wij naar een camping Am See in Duitsland zouden gaan. De zon stond al te branden toen wij uit Gaanderen vertrokken. Vijf minuten nadat we Etten waar wij een vaste jaarstaanplaats aan het water hadden waren gepasseerd, begonnen onze meiden te vragen of wij er al bijna waren. We zeiden dat ze op nummerborden konden letten, als die in plaats van blauw, wit zouden zijn, waren we in Duitsland. Toen zij in de buurt van Emmerich witte kentekenplaten en water zagen riepen zij enthousiast; “Ja we zijn er.” Wij reden door; Duitsland was immers veel te groot om zo dicht bij huis al te genieten. Het werd na een urenlange reis, een camping aan de Möhnesee. Prima vakantie, met bijna net zo’n mooi weer als in Etten en Emmerich. 

Goed gaon