
Doetinchem
DichtDeze dichter woont niet meer op kamers maar thuis, en schreef een ode aan haar thuisbasis.
Doetinchem
Als een vogel ’s winters richting het zuiden
Zoekend naar beschutting en een thuis
Zo ga ik
Kompasnaald richting het noorden en 90 graden oost-om
In een hoek ergens achter
Daar kom ik vandaan
Uit een stad tussen dorpen en weilanden en coulisselandschap
Uit de stad van de Kruisberg en de Slangenburg, de Koekendaal en de Zumpe
Geboren en getogen op het Goor
Van klinkerstraten en van begraven kazematten
De roodbruine toegangspoort om die te eren
Van Carnaval boven de rivieren
Dat is Doetinchem
Daar kom ik vandaan
En ik dacht ooit dat ik weg wilde
Via de A18 de wijde wereld in
Maar als een zonsopkomst,
Gekleurd met het roze van verlangen en het paars van gemis
Mis ik steeds meer die stadse ambities van het uit de kluiten gewassen dorp
Zo voel ik steeds meer de rust die een afgesloten weg vanwege de Graafschapvoetbalwedstrijd betekent
De ruimte van zondagochtend in het bos
De drukte van de dinsdagmarkt
Hier kom ik vandaan