
Hoe fusillade van de laatste Kruisberg-gevangenen werd voorkomen
CultuurDOETINCHEM - Nonny van Doorn is tijdens de Tweede Wereldoorlog samen met haar verloofde Tom lid van de verzetsgroep Albrecht, een landelijke organisatie die zich bezighoudt met het verzamelen van inlichtingen. Nonny is onder meer belast met koerierswerk.
Op 21 november 1944 wordt zij samen met een andere koerierster gearresteerd. Door louter toeval weet Tom aan arrestatie te ontkomen. Daarom pakken de Duitsers zijn ouders op.
Toms moeder en Nonny belanden in De Kruisberg, een gevangenis van de Sicherheitsdienst in Doetinchem. Toms vader en de anderen worden afgevoerd naar concentratiekampen. De meesten sterven daar, waaronder Toms vader.
Tijdens de wintermaanden pakt de Sicherheitsdienst steeds meer mensen op. Mannen en vrouwen, veelal verzetsmensen. Zonder proces belanden ook zij in de cellen van de Kruisberg. Vier, vijf of zes in eenpersoonscellen. De Kruisberg raakt dan ook overvol.
Op 1 februari worden 94 mannen afgemarcheerd naar het treinstation. ’s Nachts vertrekken ze in drie goederwagons richting concentratiekamp Neuengamme.
Vier weken later, op 2 maart, worden 46 mannen met vrachtauto’s uit De Kruisberg weggevoerd. Een eindje buiten Varsseveld, op het Rademakerbroek, worden ze gefusilleerd als represaille na een aanslag door het verzet.
Zes dagen later worden 25 Kruisberggevangenen met een bus afgevoerd. Samen met 92 anderen worden ze bij de Woeste Hoeve geëxecuteerd als vergelding voor een aanlag op die plek van het verzet op SS-polizeichef Rauter. De tweede SD’er in Nederland, Schöngart, laat die dag totaal 274 mannen fusilleren.
Eind maart steken Canadese en Britse troepen bij Wesel de Rijn over. Vijf dagen later bereiken ze de Nederlandse grens bij Megchelen. Nu ze Doetinchem naderen, dienen volgens een bevel van Himmler en het Oberkommando der Wehrmacht ingeval van deze drohende Ortskampf lichte gevangenen te worden vrijgelaten. De overige moeten wegens gebrek aan transportmiddelen worden geëxecuteerd. In de Kruisberg betreft dat 6 mannen en 57 vrouwen. Nonny is een van hen.
Einsatzkommandoführer Bernard Haase vraagt zich af waarom hij niets hoort over de gevangenen in De Kruisberg. Hij belt Kommandoführer Ortmann in Doetinchem en draagt hem op zoveel moegelijk gevangenen vrij te laten. Ortmann weigert omdat het volgens hem gevangenen van de Sicherheitsdienst zijn. Daar moet Schöngarth over beslissen, antwoordt hij. Daar legt Haase zich niet bij neer. Hij belt net zo lang totdat hij het voor elkaar heeft dat er op dinsdag 27 maart twee legertrucs uit Deventer komen die de gevangenen ophalen.
Ze gaan op weg naar Kamp Westerbork. Een gevaarlijke tocht want geallieerde vliegtuigen voeren voortdurend aanvallen uit op Duitse voertuigen. Desondanks weten ze veilig het kamp te bereiken. Daar worden de 57 vrouwen en 6 mannen opnieuw opgesloten. Ook uit andere gevangenissen arriveren er vrouwen. Twee weken later naderen de Canadezen Westerbork.
Hoe het de vrouwen verder vergaat, vertelt op dinsdag 25 maart Ika van Doorn uit Amsterdam. Zij is de kleindochter van Nonny van Doorn-van den Bosch. Zij heeft een boek geschreven over haar grootmoeder en de overige vrouwen.
Stichting Doetinchem Herdenkt heeft Ika van Doorn uitgenodigd in De Kruisberg. Eerst is er een rondleiding en zijn de cellen te bezichtigen. Daarna is de gratis lezing in een naastgelegen zaal. Aanvang 19.30 uur - ingang Klootsemastraat.
