Dienstplicht
Er wordt weer volop gesproken over het herinvoeren van de militaire dienstplicht. Ben ik zeker niet tegen, ook al omdat ik er prettige herinneringen aan heb.
Door de zware winter van 1963 moesten wij de eerste maanden vooral sneeuw ruimen. Op mijn stekje in Harderwijk vroeg onze kapitein of ik namens de stafcompagnie mee zou willen doen aan een belangrijke crossloop rond onze kazerne. Graag samen met mijn dienstmaatje Jan Snel ( whats in a name) antwoorde ik en of wij vrije uren konden krijgen om te trainen. Jan uit Bergen-binnen had ik leren kennen tijdens de opleiding aan de 1e COAK in Middelburg. Toen onze commandant zag dat wij zeer scherpe tijden hadden gelopen bij Coopertesten en een cross, ging hij akkoord om de twee ‘kantoorklerken ’ extra vrije tijd te geven. Denk niet dat wij buitengewoon veel talent hadden maar omdat dienstmaatje Jan in Middelburg altijd een alternatieve route binnendoor wist te vinden haalde ook hij ondanks zijn hekel aan lichamelijke inspanning, extreem scherpe tijden. Jan vertelde vaak dat hij lid was van de atletiek vereniging 'anti-loop' in zijn geboortedorp.
Tijdens de 4e divisie cross kampioenschappen in september 1963 rond het hoofdkwartier in Harderwijk haalde ik een verrassende 3e plaats. Het leverde mij naast de bronzen medaille, vier dagen prestatieverlof op. Jan werd, aangezien hij door het talrijke publiek het parcours niet ongezien kon afsnijden, voorlaatste.
Mijn bronzen medaille was een grote verrassing. De grootste sportprestatie tot dan binnen onze grote familie was van oom Martin die voorjaar 1954 een sjoelbaktoernooi van de buurtvereniging ‘Laat ons maar schuiven ’ in Dieren, bijna won.
Tijdens de basisopleiding leer je een wapen na het schoonmaken weer in elkaar te zetten. Dat uit elkaar halen lukte mij aardig, maar na het weer in elkaar zetten stond de geweerloop soms 45 graden uit het lood, altijd goed voor een verrassingsaanval dacht ik dan. Ik begon met de M1 Garand, een groot geweer dat in de 2e wereldoorlog modern moet zijn geweest. Ik dacht dat ik best aardig kon schieten omdat mijn broer John en ik al heel jong een nog goed functionerende luchtbuks van oom Albert hadden gekregen. Als pa er bij was mochten wij achter in onze tuin op zelfgemaakte schijven schieten.
Tijdens mijn diensttijd heb ik weinig en met tegenvallend resultaat geschoten, kwam denk ik omdat mijn schietschijf A steeds bewoog. “Denk je dat die Russen wel stil blijven staan eikel” schreeuwde de instructeur van dienst dan als ik daar opmerkingen over maakte. Je leerde naast schieten ook dat alles wat een militaire kok warm kon maken op de één of andere manier ook te eten zou moeten zijn.
Ik heb nog steeds geen hekel aan sneeuw en flink doorlopen. Ook is er eigenlijk geen voedsel dat ik sindsdien niet met smaak eet. Nee, zo’n dienstplicht is zo gek nog niet.
Goed gaon