
De Achterhoekse industrie
OpinieBurgemeester, zo’n tien jaar geleden werd de Achterhoekse industrie aangeprezen met de slogan ‘Oerend Smart’. Is dat nu nog van toepassing?
“Rabobank heeft vorig jaar onderzoek gedaan naar de staat van de regio en daarbij heel erg ingezoomd op de industrie. In de Achterhoek is de maakindustrie een heel belangrijke pijler. Uit dat onderzoek bleek iets vreemds namelijk dat wij een mooie kopgroep hebben van bedrijven die echt internationaal toonaangevend en wereldwijd marktleiders zijn, echte ‘Small Giants’, maar ook achterblijvers.
Is de traditionele maakindustrie meegegaan met de tijd?
“Behalve koplopers is er ook een grote groep achterblijvers die niet meegegaan zijn in die ontwikkeling en waarschijnlijk een onzekere toekomst tegemoet gaan. We zien hier een heel divers beeld. Achterblijvers zijn vaak bedrijven die niet op tijd zijn gaan investeren in de techniek en de mensen daarvoor. Je kunt daar op verschillende manieren tegenaan kijken. Je kunt er wat aan doen, maar de andere kant is dat je moet inzetten op bedrijven die gaan overleven. De zogenoemde -survival of the fittest- geldt ook voor de industrie. Voor ons als Achterhoek Board werpt dat de interessante vraag op of we moeten zorgen dat de achterblijvers weer middenvelders worden of hen helpen op een nette manier te stoppen en ons potentieel beschikbaar stellen voor de koplopers. Daar hebben we op dit moment nog geen eenduidig antwoord op maar het is wel een vraag die we zouden moeten beantwoorden. Wat ook in het Rabobankrapport stond was om hubs te creëren, bedrijven van elkaars kennis te laten profiteren en daarmee een soort vliegwieleffect op gang te brengen.”
Wat is erbij gekomen in de laatste tien jaar?
“De technologische ontwikkeling was enorm. Een van de belangrijkste is de robotisering. De technologische ontwikkeling gaat heel snel en vraagt ook andere kwaliteiten van medewerkers. De gezonde bedrijven zijn allemaal bezig met het scholen van hun personeel, vaak op mbo+ en hbo-niveau. Ook hier ontstaat een systeem van internationalisering. Er zijn hier en in de regio diverse bedrijven waar tien tot twintig nationaliteiten werken, met name in de R&D. “
Vaak gaat het om familiebedrijven. Wat is hun kracht?
“Wat ons hier uniek maakt is dat we veel middelgrote bedrijven hebben die nog in familiebezit zijn. Hun kracht is dat ze geworteld zijn in de samenleving. Dit soort bedrijven kijkt vaak meer naar de lange termijn dan naar korte termijn winstbejag.”
Behalve kansen zijn er ook dreigingen. Wat zijn de voornaamste?
“De koplopers hier zijn bijna allemaal internationaal georiënteerd en afhankelijk van vrije handel. Dat staat op dit moment behoorlijk onder druk door het gedrag van de Amerikaanse president. Bij bedrijfsbezoeken vraag ik bijna altijd of men daar de effecten van merkt en dan hoor ik dat dit het geval is. Dat is echt wel een bedreiging. Daar staat de enorme groei van defensie tegenover waardoor extra kansen op de binnenlandse markt ontstaan.”
Met welke argumenten wil de Regio bedrijven met toekomstperspectief aantrekken?
“Onze regio is een plek om te ondernemen. De mensen die hier komen om te werken zijn steeds kritischer over de plek om te wonen. Een aantal onderscheidende plussen in ons voordeel zijn de kwaliteit van wonen, veiligheid en sociale banden. De beschikbaarheid van arbeidspotentieel is een goede uitgangspositie. Van oudsher hebben we hier de instelling -niet zeuren maar doen-. Wij zijn de enige regio in Nederland waar overheden, ondernemers en (maatschappelijke) organisaties nauw samenwerken.”
Tekst: Bert Vinkenborg