
Mart de Kruif. Foto: PR
‘Ook een commandant in het leger mag huilen’
Veur de DraodACHTERHOEK - In Veur de Draod beantwoorden Bekende Achterhoekers stellingen. Wie antwoordt legt zijn ziel bloot. In deze aflevering voormalig militair met de rang van luitenant-generaal Mart de Kruif. Hij woont in Laag-Keppel en is zo sinister niet. “Vrede op aarde is geen utopie.”
Door André Valkeman
1) Mijn mentale bui is:
“Zoals vele dagen: ik verveel mij niet. Ik corrigeer nu De vergeten veldslagen van de Lage Landen, een boek van mij en mijn zoon dat binnenkort uitkomt. Samen spraken we in een podcast al over bijzondere veldslagen, slimme strategieën en kleurrijke veldheren die de oorlogsgeschiedenis mankeerden, nu bundelen we de verhalen in boekvorm.
De veldslagen verklaren soms waarom sentimenten, grenzen en volksaarden van nu zo zijn in Nederland en België. Vaak zonder dat we het weten, dat willen wij veranderen. Want vrij naar de woorden van Churchill: Als je de geschiedenis kent, kun je de toekomst beter voorspellen.
Daarna gaan we naar De Graafschap, waar ik voorzitter van de Raad van Commissarissen ben. Een controlerende en adviserende functie. Dat het nog niet erg goed gaat? Ik kijk verder dan de laatste wedstrijd.
Het is een hele bewuste keuze van de technische staf om met een heel jong elftal te beginnen in de eerste divisie. Dat wil zeggen: je investeert in spelers, waardoor je straks waarde krijgt om om te zetten in geld waarmee je groeit. Er is veel potentieel. De ene week gaat het goed, de andere week minder. Je zet een stap terug, om er later drie vooruit te zetten.
We moeten twee á drie jaar bouwen, zo dat heel de regio de club draagt. We willen promoveren, maar niet uit toeval, wel met gedegen beleid. Daarvoor is rust en geduld nodig. Dat brengen zie ik als mijn kerntaak.
Vanavond rond ik mijn dag met een buurtbarbeque af.’’
2) Ik lijk het meest op ‘mien va/mo’:
“De neus, oren, mond. Dat is mijn moeder. Ze zorgde dat ons gezin, met vier zonen, marcheerde. Ze had een grote harde schijf en kon tot op hoge leeftijd stukken van Goethe citeren. Ze had vast een goede maatschappelijke carrière kunnen hebben. Maar in die tijd zorgde de vrouw voor de kinderen.
Mijn vader was directeur van de sociale dienst. Hij zag wat mensen wél konden, zocht het potentieel. Dat mensbeeld erfde ik van hem.”
3) Dit is mijn grootste angst:
“Dat er iets met je kinderen of kleinkinderen gebeurt. Als commandant bij de landmacht zijn onder mijn leiding jongens omgekomen in oorlogen. Een sociaal werker vertelde de familie dat. Daarna was het mijn taak als eerste van defensie er langs te gaan. Die momenten gingen soms niet zonder een traan. En dat hoeft ook niet. Huilen is geen zwakte. Het is cruciaal als je er als leider dan bent. Je kan het leed bij ouders niet verlichten, je kan het wel delen.”
4) Na de dood is er:
“Ik geloof in iets tussen hemel en aarde. Een gevoel, maar geen wetenschap.”
5) Vrede op aarde is een utopie:
“Nee hoor. Natuurlijk kan dat. Wij hebben 80 jaar in vrijheid geleefd en dat is uniek. Veel meer landen deden het met ons. Nogmaals, het kan dus. Vrijheid moet alleen een werkwoord zijn. Het is geen gegeven, gaat helaas niet vanzelf. Dat betekent dat je moet investeren in eenheden, waardoor je kwaadwillende landen afschrikt. Dat zijn we vergeten. Of zoals die bekende Latijnse leus gaat: wie vrede wil moet voorbereid zijn op oorlog.
Als alle landen dat doen en agressors andere landen met die afschrikking niet als target zien, kan vrede op aarde ontstaan. Ook al omdat 98 procent van een bevolking geen oorlog en dode zonen aan het front wil.”
6) Ik kan buiten de Achterhoek wonen:
“Ja, ik groeide op op de Veluwe, maar wil niet weg. Ik gebruik graag een citaat van een heel goede vriend van mij, met wie ik voetbalde bij HC ‘03, die zei: als ik knooppunt Velperbroek achter mij laat daalt mijn hartslag met tien. Ofwel: we komen tot rust en waar leven in de Achterhoek.
Iedere cameraploeg die mij bezoekt zegt: wat is het hier mooi en wat een lieve mensen. Toch: uniek zijn we niet. We verschillen niet veel met onze buren in gedrag. Wel verschillen provincialen, heel grofweg gesteld, met randstedelijke inwoners. Mensen in de Randstad leven in een zelfgecreëerde gejaagde omgeving. Minder lucht, ruimte en zo minder rust in de kop.’’
7) De mens is monogaam:
“Of de mens het is weet ik niet. Ik ben het wel. Dat is geen waardeoordeel naar anderen. Sommige huwelijken kennen enkel verliezers, enkel ongeluk, zo dat scheiden het beste is. Sommige mensen doen er lang over de ware te vinden. Mijn vrouw voedde grotendeels onze kinderen op, zorgde dat ik mijn werk kon doen, dat offer bracht zo’n band. Ik heb nooit behoefte gehad buiten de deur te kijken.”
8) Dit was mijn laatste vechtpartij:
“Op de KMA, De Koninklijke Militaire Academie, beroepsmatig. We hadden boksen, schermen en judo. In de discotheek is het mij nooit overkomen. De bokstrainer op de KMA was Van Dongen. Die zei retorisch: wat doen we als iemand in de kroeg wil knokken? Keer hem de wang toe en ga weg. Daar heb je niets te winnen.”
9) Mensen met een accent zijn:
“Geweldig. Bij iedere dienstplichtige gokte ik waar ze vandaan kwamen. Zeeuwen, Limburgers, Friezen. Je kon ze er zo tussenuit halen. Naast het abn kan het prima bestaan. Mensen die dialect spreken hebben al heel vroeg geleerd dat je je voor je afkomst nooit hoeft te schamen.”
10) Dit komt er op mijn grafsteen:
“Een kruis, enkel een kruis. Alles vergaat, het kruis en ik ook.”