Afbeelding

Van asiel tot integratie

Opinie

Burgemeester, vluchtelingen beginnen hun verblijf in een AZC. Wat gebeurt er daarna?
“Iedereen die Nederland binnenkomt en asiel aanvraagt gaat in procedure. Gedurende die procedure verblijven ze in een AZC. Dan vindt een beoordeling plaats of de asielzoeker in Nederland mag blijven en of die status krijgt. Bij een positieve beoordeling mag de asielzoeker, dan statushouder, blijven in afwachting van de volgende stappen. Is het oordeel negatief dan moet de asielzoeker terug naar het land van herkomst. Voor de statushouder begint dan de inburgering. Dat houdt in dat de taal geleerd moet worden, aan het werk gaan en onderwijs gaan volgen zodat ze kunnen gaan meedoen aan de Nederlandse samenleving. Als ze slagen voor de inburgering volgt naturalisatie en kan het Nederlanderschap worden aangevraagd.

Hoeveel tijd staat daarvoor?
“In principe maximaal drie jaar. De een doet er wat langer over dan de ander. De gemeente heeft daar ook een rol in met het helpen met de taal en het leren kennen van de samenleving zodat ze echt kunnen mee doen. Het niveau van de talenkennis is B1, ook wel het drempelniveau genoemd. Ze moeten zich in het dagelijks leven met Nederlands kunnen redden.”

Is daar een plan voor en van wie gaat dat uit?
“De hele procedure is in de wet vastgelegd en de gemeente heeft de wettelijke verplichting om een statushouder te helpen inburgeren. Daarna moet een examen worden gedaan waarin taal, kennis van de maatschappij en of je kunt participeren in het werk worden getoetst. Na afronding van de inburgering kan een tijdelijke verblijfsvergunning worden gegeven waarmee vijf jaar in Nederland kan worden verbleven. In die vijf jaar vindt een test door de IND plaats om te zien of de statushouder wellicht toch weer naar het land van herkomst terug kan. Vluchtelingen die langer bescherming nodig hebben kunnen een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd krijgen.”

De gebrekkige doorstroming is een obstakel. Wat wordt daaraan gedaan?
“Als een asielzoeker status heeft gekregen wordt hij of zij gekoppeld aan een gemeente. Bij voorkeur waar hij of zij onderdeel wordt van de samenleving. Dat werkt niet bij alle gemeenten in ons land even goed waardoor te veel statushouders onnodig in een AZC verblijven. Zij zouden eigenlijk al naar een ander plaats in ons land moeten. De doorstroming stokt dan en hierdoor lopen we tegen het probleem aan dat er niet voldoende plek voor eerste opvang is. De minister probeert via de provincies de gemeenten te bewegen meer statushouders te huisvesten. De provincie als toezichthouder moet dus aan de bak. Een andere oplossing zou kunnen zijn te kijken naar meer asielopvang, maar als de doorstroming weer op gang komt is dat eigenlijk niet nodig.”

Over welke aantallen hebben we het?
“In de afgelopen jaren waren de aantallen vluchtelingen niet erg groot. Wel is het zo dat we in die periode een toename van het aantal zogenoemde na reizigers hebben gezien. Mensen waarvan een familielid al in ons land is en die daarom mogen nareizen. Als zo’n eerste vluchteling vaak na een gevaarlijke en moeizame tocht hier is terecht gekomen betekent dat de rest van zijn familie per vliegtuig nakomt. Veel mensen doen dat. Daar is veel discussie over en het kabinet heeft de maximale verdragsruimte gekozen om deze route in te perken. Die wetgeving wordt nu door de Eerste Kamer geloodst. Als die route niet meer kan dan hebben we het over heel lage aantallen.”

Tekst: Bert Vinkenborg

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant