De D-Toren in het centrum van Doetinchem. Foto: Roel Kleinpenning

De D-Toren in het centrum van Doetinchem. Foto: Roel Kleinpenning

Al 20 jaar lang in Doetinchem: de spraakmakende D-toren

Cultuur

DOETINCHEM – De D-toren, alias ‘de Kies’, bestaat 20 jaar. De D-toren was in zijn soort het eerste interactieve kunstwerk ter wereld dat in september 2004 in Doetinchem onthuld werd. Lange tijd gaf het de emoties aan van de Doetinchemse bevolking. Deelnemers bepaalden elke dag de kleur van de toren: rood stond voor liefde, blauw voor geluk, geel voor angst en groen voor haat. Tegenwoordig staat het kunstwerk er ‘gewoon’. Henk Wubbels, Jan Jenniskens en Paul van der Lee kijken terug op de realisatie van de D-toren.

Door Hans Hissink

De nota ‘Wandelen tussen rots en wolk (toepassing van beeldende kunst in de buitenlucht)’ lag ten grondslag aan de D-toren. De D die overigens staat voor Doetinchem en voor dimensie. “Er waren drie dimensies. Het fysieke kunstwerk, het licht en onder de grond de vertakking via het internet,” legt Paul van der Lee uit. Hij was projectleider voor het realiseren van de D-toren.

“Doetinchem was plat, in meerdere opzichten,” aldus Henk Wubbels. Hij was in de tijd van de realisatie wethouder voor cultuur in de gemeente Doetinchem “Er was nauwelijks sprake van kunst- en cultuurbeleid terwijl er toch aardig wat op het programma stond om te gebeuren. We wisten dat er een keer een nieuw gebouw moest komen om kunstzinnige vorming tot stand te brengen. Dat is De Gruitpoort geworden. Daarnaast wisten we dat er op termijn een nieuwe schouwburg moest komen. We wisten ook dat het grote Doetinchemse publiek eigenlijk geen notie had van wat er stond en wat er zou kunnen komen om geprikkeld te worden door zoiets als cultuur in de buitenruimte. Vanuit die nota is er gekozen om de vier elementen zichtbaar te maken. Het licht kwam als eerste aan bod. Jan Jenniskens zei ooit eens dat kunst in Doetinchem strooigoed is. Daar hangt wat, daar ligt wat en helaas moeten we nu ook nog vaststellen dat er sprake is van strooigoed.”

“Je begint aan iets waarvan je niet weet hoe het gaat lopen,” vertelt Jan Jenniskens. Hij maakte onderdeel uit van de openbare kunstcommissie en was als zodanig betrokken bij de realisatie van de D-toren. Hij vertelt nog steeds enthousiast over de realisatie daarvan. “We zijn met een projectgroep begonnen waarin allemaal mensen zaten die van belang waren voor het realiseren van die toren. Binnen die projectgroep waren er vier werkgroepen. Een werkgroep die op zoek moest naar de architect van het kunstwerk en een kunstenaar die iets kan met dit onderwerp. Het ging namelijk over vuur dat vertaald moest worden naar een vuurtoren die licht verspreidt en signalen geeft. Als je dat vertaalt naar de huidige tijd dan heb je het over internet. Diegene moest dus thuis zijn in digitalisering. Daarnaast was er een werkgroep die moest bepalen waar de toren moest komen. Verder was er een groep die moest onderzoeken hoe we aan middelen kwamen en tot slot was er een groep die zich bezighield met de communicatie.”

De D-toren was in een aantal opzichten zijn tijd ver vooruit. “Het interactieve bijvoorbeeld stond destijds in de kinderschoenen,” zegt Wubbels. “Nu kunnen we niet meer zonder mobiele telefoon en internet.”

Lees verder onder de foto’s:


Jan Jenniskens. Foto Roel Kleinpenning


Henk Wubbels. Foto: Roel Kleinpenning


Paul van der Lee. Foto: Roel Kleinpenning         

Jenniskens is buitengewoon belangrijk geweest voor de totstandkoming van de D-toren. Eigenlijk voor alles wat in Doetinchem met kunst en cultuur te maken had. Volgens Wubbels stookte hij voortdurend onrust, in positieve zin. “Dit hebben we niet, dat moet eigenlijk en dit zou nodig zijn. En daar hoorde dit soort plannen bij.”

Het was de bedoeling dat er vier torens zouden komen bij de plaatsen van de oude stadspoorten die waren verdwenen. “Toen de eerste er stond, de D-toren dus, werd het ineens heel stil,” aldus Jenniskens. “Een gemiste kans. Eigenlijk zou het plan alsnog volledig uitgevoerd moeten worden.” In verband met de beoogde groei van Doetinchem is het volgens Wubbels een uitgelezen moment voor een ambitieus college om dit plan weer uit de kast te halen. De toren heeft volgens Van der Lee in de kunstwereld gigantisch gescoord. Veel meer dan welk kunstwerk in de omgeving dan ook. “Maar dat blijkt geen reden om met het plan door te gaan. Uit de reacties vanuit de hele wereld blijkt dat dit een super interessant experiment was. Maar wat het ook heeft opgeleverd is dat het nauwelijks meer verkoopbaar is naar de bevolking. Ik kreeg brieven dat het geld maar naar de armen gestuurd moest worden in Nederland en in Afrika.”

De nota was er en door verschillende werkgroepen werd een begin gemaakt met het realiseren van het kunstwerk. “Na een intensieve selectie kom je uiteindelijk uit bij een kunstenaar die uitgenodigd werd om te kijken of er een klik is. Dat werd Q.S. Serafijn en architect Lars Spuybroek. Zij waren vier handen op één buik, woonden bij elkaar om de hoek, hadden hele verschillende karakters en voelden elkaar aan,” vertelt Van der Lee. Overigens noemde Spuybroek de toren een klont op poten en lelijk. “De toren is ontstaan doordat Spuybroek een soort hart had dat in een netje op de kop hing zodat het in het goede evenwicht kwam, daarna heeft hij het afgeknipt en omgedraaid. Dat is de D-toren geworden,” legt Jenniskens uit.

Het toenmalige college en de toenmalige gemeenteraad hebben er met betrekking tot de financiën volgens Wubbels heel positief ingestaan. “Veel van hen hadden zoiets van het is een soort gekte, maar als we eenmaal A hebben gezegd ,dan moeten we ook B zeggen en gaan we proberen het tot stand te brengen.”

Naast dat de provincie financieel heeft bijgedragen aan het kunstwerk, waren er ook verschillende bedrijven en organisaties die dat deden. “Het was een heel interessant concept. Er waren ook lokale bedrijven die in natura sponsorden. Enigszins verbaasde me dat wel omdat niet iedereen het project bejubelde,” vertelt Jenniskens.

In eerste instantie was bedacht dat de toren kant en klaar op een boot naar Doetinchem verscheept zou worden. Echter bleek dat onmogelijk door de grootte. Daardoor werd de onbekende held van de bouw van de toren een timmerman van bouwbedrijf Ten Brinke, Arnold Fischer. “Het ding lag in onderdelen in een loods en niemand wist hoe die in elkaar gezet moest worden. Arnold is samen met een assistent in een hal opgesloten en zij hebben ervoor gezorgd dat het in elkaar gezet kon worden anders zaten we nog steeds met een loods met onderdelen,” aldus Van der Lee. Het bleek kenmerkend voor het hele project dat iedere keer weer uitdagingen met zich meebracht. Overigens was architect Spuybroek zich ervan bewust dat het plaatsen van het experimentele ontwerp een probleem zou kunnen worden.

De toren kwam op zo’n beetje de moeilijkste plek van Doetinchem te staan. “We kregen tekeningen van hoe het kabelnetwerk er uitzag op de plek waar het kunstwerk moest komen te staan. Maar zo liepen de kabels helemaal niet. We moesten graven en kijken waar die kabels lagen. Die drie poten moesten de grond in en dan maar schuiven en kijken of het ergens kon.”

De algemene stemming onder de Doetinchemse bevolking was dat het toch wel heel veel geld was voor een ‘ding’ dat niemand begrijpt. “Dat hoorde je het meest, maar toen de toren eenmaal stond waren er wel wachtlijsten van deelnemers die mee wilden doen om op bepaalde momenten de stemming van de stad te bepalen,” vertelt Van der Lee. “We waren er wel trots op dat het zo breed aansloeg. Een paginagroot verhaal in de Volkskrant, het buitenland had belangstelling, de Daily Telegraph besteedde er aandacht aan, net zoals Duitse vakbladen, Japanners die speciaal op bezoek kwamen voor de toren en bij de opleiding landschapsinrichting werd het in de syllabus als voorbeeld aangehaald. Het was fijn dat na alle moeite die het gekost had om de toren neer te zetten toch in bredere zin erkend werd dat er iets bijzonders stond.” In het NRC is zelfs een paginagroot artikel gepubliceerd met de titel ‘Het eerste interactieve kunstwerk ter wereld’.”

Tussen de nota die in 1995 opgeleverd werd en het realiseren van de D-toren zit 9 jaar. “Uiteindelijk heeft het interactieve kunstwerk zo’n 14 jaar gewerkt. Geld was altijd al een discussie, maar op een gegeven moment werd vernieuwing van het programma en de hardware zo duur dat telkens de vraag kwam of er wéér geld naar toe moest en dat is toen niet meer gebeurd. We wisten dat het een keer zou ophouden en het is toen ook opgehouden,” vertelt Van der Lee. De toren is nu geschilderd en het licht valt er anders doorheen. “Het is nu een mooie tijd om eens te kijken hoe we de toekomst in willen met dat ding.”

Als de mannen terugkijken op het uitdagende project, zijn de conclusies wisselend. Henk Wubbels houdt het bescheiden: “Het was een bijzonder project. Jammer dat het niet meer werkt, maar wat ik vooral spijtig vind is dat de ambitie die we hadden om een soort langer termijnbeleid te maken als het ware verdampt is. Dat vind ik nog wel de moeite waard om daar met wat mensen over te discussiëren. Het college dat er nu zit zou er een hele andere draai aan kunnen geven want met de basisgedachte kun je prima uit de voeten.”

Voor Paul van der Lee is het essentieel dat het kunsthistorisch heel interessant is geworden. “De interactiviteit van het kunstwerk was totaal nieuw. De vraag was ook of interactieve kunst wel zou werken. Tot op de dag vandaag is daar nog steeds belangstelling voor.”

“We wisten niet wat we konden verwachten. Op het moment dat je samen met Q.S. Serafijn en Lars Spuybroek samen aan de gang bent kregen we pas het idee wat het echt ging worden. Gaandeweg groeide die verbazing. Dat was fascinerend. Het was een prachtig proces en ben blij dat ik dat heb mogen meemaken. Het was een geslaagde missie,” vertelt Jenniskens.

Gezamenlijk zien Wubbels, Jenniskens en Van der Lee wel een toekomst om de D-toren weer interactief te maken en weer tot leven te wekken. “Dat moet met de huidige digitale mogelijkheden geen probleem zijn.”

Wubbels heeft tot slot nog wel een vraag voor het huidige college van de gemeente Doetinchem. “Er is bestaand beleid dat nooit is afgesloten. Hoe gaan we de volgende stap zetten hierin zetten?”

De gemeente is gevraagd om een reactie met betrekking tot de toekomst van de D-toren. Daar is vooralsnog niet op gereageerd.

De documentaire over de D-toren bekijk je via deze link: De podcast beluister je via deze link

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant