
Van museum tot puinhoop: het einde van Stationsstraat 50
MaatschappijDOETINCHEM – Stationsstraat 50: hoe een museum leeg kwam te staan, een kraakpand werd en uiteindelijk in puin eindigde.
Door Hans Hissink
Het opvallende geelachtige pand naast het station kende een bewogen geschiedenis. Tussen 2006 en eind 2021 was het een Openbaar Vervoer Museum, later uitgebreid met speelgoed. Na de verhuizing naar Doesburg bleef het gebouw leeg achter, verwaarloosd en gezien als een ontsierende plek in de stad. Voor veel inwoners was het een bron van ergernis en discussie. Het pand stond er verloren bij, alsof het wachtte op een nieuwe bestemming die nooit kwam.
Van kraak tot sloop
Al vóór de kraakactie half oktober waren er problemen rond het station. In de eerste vijf maanden van dit jaar werden er 199 meldingen, waaronder 25 geweldsincidenten geregistreerd. Reizigers klaagden over overlast van daar aanwezige daklozen, waardoor het gebied als onveilig werd ervaren. Het leegstaande gebouw werd zo onderdeel van een bredere discussie over veiligheid, leefbaarheid en de rol van de gemeente.
Half oktober 2025 namen dak- en thuislozen hun intrek in het pand. Met matrassen en kookspullen maakten zij er een tijdelijke woning van. Hun bedoeling was niemand tot last te zijn, maar de NS, eigenaar van het gebouw, wilde slopen en kreeg steun van de gemeente. Begin november volgde een rechtszaak in Arnhem. De rechter oordeelde dat het pand gevaarlijk was en uiterlijk 17 november om 12.00 uur leeg moest zijn.
Nog voor die deadline vond op 15 november een illegale rave plaats. Tientallen mensen dansten op harde muziek tot de politie ingreep en de apparatuur in beslag nam. Burgemeester Mark Boumans stelde dat het nu echt voorbij was. Twee dagen later verlieten de krakers het pand. Zij stonden weer met hun spullen op straat. Voor de gemeente betekende dit opluchting, voor de krakers verlies en onzekerheid. Het contrast tussen opluchting en verdriet maakte de situatie extra schrijnend.
Op 18 november begon de sloop. Graafmachines maakten korte metten met het gebouw dat ooit museum en later woonplek was. De politie moest nog enkele achterblijvers wegsturen, waarna het terrein leeg achterbleef en stilte neerdaalde.
Tegenstelling
De gebeurtenissen rond Stationsstraat 50 tonen hoe snel een gebouw kan veranderen: van erfgoed naar kraakpand en uiteindelijk puin. Voor NS en gemeente was het een veiligheidsrisico dat moest verdwijnen. Voor de krakers was het een tijdelijk thuis, voor voorbijgangers een bron van spanning en nieuwsgierigheid.
Met de sloop rest een lege plek naast het station. Wat daar komt, is nog onbekend. Maar de herinnering aan de korte, roerige periode blijft. Het verhaal roept bredere vragen op: hoe gaat een stad om met leegstand? Wat gebeurt er met mensen zonder huis? En hoe vind je de balans tussen regels, veiligheid en menselijkheid?
Stationsstraat 50 is verdwenen, maar de discussie over leegstand en dakloosheid blijft. Het is een verhaal dat Doetinchem deze herfst bezighield en waar nog over nagepraat zal worden. Het pand mag dan weg zijn, maar de vragen die het oproept blijven hardnekkig aanwezig in het publieke debat.








