Marcel van Emden bij de ladderwagen waarmee hij menig kat, maar ook een vis uit de boom haalde. Foto: M. Bussink

Marcel van Emden bij de ladderwagen waarmee hij menig kat, maar ook een vis uit de boom haalde. Foto: M. Bussink

Foto: M. Bussink

Na veertig jaar gaat de pieper nog altijd

Maatschappij

‘Wat ik niet zie, hoef ik ook niet te vergeten’

DOETINCHEM – Als jongetje wist Marcel van Emden het eigenlijk al. Zijn buurman in Wehl was commandant van de brandweer en had af en toe een brandweerauto bij huis staan. „Mijn moeder zegt dat ik vroeger al wist dat ik bij de brandweer wilde.” Inmiddels is Van Emden 62 en zit hij veertig jaar bij de brandweer. Stoppen? Dat was hij eigenlijk al eens van plan.

Door Meindert Bussink

Van Emden kwam bij Vredestein te werken, eerst in de productie en later in het onderhoud van persen. Daar sloot hij zich aan bij de bedrijfsbrandweer. Twee collega’s meldden zich ondertussen bij de gemeentelijke brandweer. Zelf wachtte hij nog even vanwege cursussen voor zijn werk. „Maar ze kwamen terug en vertelden in geuren en kleuren over hun ervaringen. Toen dacht ik: ik ga me ook aanmelden.”

Dat gebeurde in 1986. Zijn eerste uitruk weet hij nog: een automatische melding bij het gemeentemuseum aan de Grutstraat. „Met toeters en bellen ernaartoe, maar er was niks aan de hand.”

Vis in de boom
De werkzaamheden waren destijds soms anders. De brandweer deed bijvoorbeeld aan wegdekreiniging en rukte geregeld uit voor de bekende kat in de boom. Van Emden herinnert zich zelfs een vis in een boom. Bij het voormalige Sint Jozefziekenhuis was een visser zijn vangst kwijtgeraakt, waarna de vis aan de lijn in een boom bleef hangen.

Ook een ontsnapte papegaai zorgde voor bijzondere inzetten. „Dan ben je er eindelijk bij en denkt hij: dikke vinger, ik ga naar de volgende boom. Daar kun je uren mee bezig zijn.”

Tegenover zulke luchtige meldingen staan ernstige ongevallen. Van Emden ontwikkelde daarvoor zijn eigen manier van werken. „Ik zeg tegen nieuwe collega’s altijd: ga iets doen, niet staan kijken. Als ik niet hoef te kijken, kijk ik niet. Wat ik niet zie, hoef ik ook niet te vergeten.”

Dat betekent niet dat gebeurtenissen hem niets doen. „Soms rijd je langs een plek en denk je er weer aan. Daar ben je ook mens voor.” Hij kent collega’s die zeggen nergens last van te hebben. „Ik zeg altijd: degenen die het hardste roepen, hebben er misschien wel het meeste last van.”

Zijn uitgangspunt is eenvoudig: „Ik kan niet voorkomen wat er gebeurd is, maar ik kan het leed wel verlichten.”

Vuurtornado’s
Sommige branden blijven vanwege hun omvang bij. Zoals de enorme brand bij Moram Plastic in ‘s-Heerenberg. „Daar heb ik vuurtornado’s uit het pand zien komen. Ik had daar nog nooit van gehoord of over gelezen.” Ook de grote brand bij het palletcentrum aan het Zaagmolenpad in Doetinchem maakte indruk.

Zijn eerste grote brand was bij een klokkenfabriek in Gaanderen, vermoedelijk in 1987. Het was een zaterdag in de winter en er lag sneeuw. Van Emden was nog in opleiding en mocht geen ademlucht dragen. Jaren later brandde hetzelfde pand opnieuw. „Dus dat was eigenlijk mijn eerste en laatste grote brand.”

In veertig jaar veranderde ook de brandweer zelf. „Vroeger had je gemeentegrenzen. Dan kwam je niet aan de brand van een ander.” Tegenwoordig bepaalt dynamische alarmering welke beschikbare brandweerauto het snelst ter plaatse kan zijn.

Ook de diensten veranderden. Vroeger waren er vier blusgroepen en liep een vrijwilliger een week met de pieper rond. Nu is de Doetinchemse kazerne 24 uur per dag bemand. Van Emden draait nog altijd nachtdiensten als vrijwilliger. „Als je dienst hebt, moet je met zes man beschikbaar blijven.” Komt een melding binnen, dan kan de wagen binnen een minuut vertrekken.

Kameraden
Juist door alles wat brandweerlieden samen meemaken, ontstaat een hechte band. Met zijn oude ploeg heeft Van Emden nog steeds contact. „Je deelt lief en leed. Je moet elkaar kunnen vertrouwen.” Na heftige incidenten letten collega’s op elkaar. „Als iemand normaal zijn mond altijd open heeft en ineens stil is, dan valt dat op.”

Collega’s vindt hij eigenlijk niet eens het juiste woord. „Bij de Duitse Feuerwehr zeggen ze kameraden.”

Zijn jeugddroom kwam uiteindelijk volledig uit. Na elf jaar bij de gemeentelijke reiniging ging Van Emden in 2001 beroepsmatig bij de brandweer werken. Hij houdt zich bezig met onder meer ademluchtapparatuur en voertuigen; zijn werk als uitrukvrijwilliger staat daar los van.

Eigenlijk wilde hij daarmee al stoppen. Het record stond volgens hem op 35 jaar. „Toen dacht ik: dan doe ik er 36.” Inmiddels zijn het er veertig. Zijn vrouw Sabine probeerde zelfs een grens te stellen: als de pieper ging, mocht hij niet meer mee.

Van Emden ging toch opnieuw naar de keuring.

Spijt van die extra jaren? Geen moment. Zolang hij wordt goedgekeurd, blijft hij voorlopig actief. Na veertig jaar blijkt de brandweer nog altijd moeilijk los te laten.

Advertenties doorgeplaatst vanuit de krant