
‘Als jochie vond ik de fabriek fascinerend - we woonden er tegenover’
CultuurGAANDEREN - Dikke mappen, archiefkasten vol én een heel klein plastic koffertje. “Hierin zit eigenlijk alles”, zegt verzamelaar Bart Stevens met een voorliefde voor geschiedenis én de bouw terwijl hij het koffertje opent. De vakjes, waar normaliter spijkers thuishoren, zijn gevuld met allerlei USB-sticks. Allen voorzien van een klein geprint labeltje.
Door Kelly Heerink
De pensionado (75) uit Gaanderen zit niet graag stil. Of nou ja, letterlijk misschien. Maar dan voorover gebogen boven foto’s en A4’tjes om een expositie of in dit geval lezing voor te bereiden. “Ik bun wel bi-j huis, maor bun hartstikke druk”, verklaart Stevens. Zo houdt-ie zich op dit moment bezig met de lezing Neerlandia - Pelgrim die in Herberg het Onland - een idee uit zijn eigen koker. “Er is veel bewaard gebleven. Met mijn privéarchief en het archief van Gander vertel ik een compleet verhaal.”
Jeugdherinnering
Stevens is geboren tegenover de fabriek in de arbeiderswijk. “Aan de Witstraat waar ik ook een maquette van heb gemaakt. Deze wordt weer tentoongesteld tijdens Expoga.” De fabriek werd in 2001/2002 gesloopt. Ook de arbeiderswoningen staan er niet meer. Toch herinnert menig inwoner van Gaanderen zich het oude tijdsbeeld nog. Zo ook Stevens. “Als klein jochie heb ik het bedrijf zien groeien. Het boeide mij altijd ontzettend. Vooral als het onweerde. Dan riep mijn vader ‘Kom Bartje’ en keken we samen vanuit de deuropening naar de hoge schoorsteen. De bliksemafleider zorgde voor een spektakel: vuurwerk! Dit vonden wij fantastisch, mijn moeder niet overigens... die vond het maar gevaarlijk.”
Andere tijden
Daarover gesproken: Stevens is ook in het bezit van videobeelden. Zo zie je mannen aan het werk in de spuiterij, zonder mondkap, zonder handschoenen en mét een sigaretje op de lip. “Veel arbeiders deden dag in - dag uit, week in - week uit en jaar in - jaar uit de hele dag dezelfde handelingen.” Denk aan oortjes aan een kolenkut puntlassen of theepotten emaneren. “Maar als er werd gevraagd of ze eens iets anders wilden, waren ze beledigd - ‘doe ik het niet goed dan’?”
De fabriek kende in de hoogtijjaren zo’n 600 werknemers. “En er waren best wat jubilarissen, 25 jaar of zelfs 40 jaar in dienst. Deze komen voorbij op de foto’s en zullen herkend worden door kinderen en kleinkinderen die bij de lezing aanwezig zijn.”
De faciliteiten voor werknemers waren volgens Stevens niet verkeerd. Je had vroeger een zogenoemde kartelafspraak - het had geen zin om van Pietje (Neerlandia/Pelgrim) naar Jantje (DRU, Lovink of Vulcaansoord) te gaan. De arbeidsvoorwaarden waren hetzelfde. En daarbij woonden er veel aan de overkant van de fabriek, in de Witstraat of Van Damstraat.
Neerlandia begon in 1920 en stond vooral bekend om de potten en pannen. In 1934 werd Pelgrim opgericht die Europees naam maakte in de olie- kolen- en gaskachels. Later ook wasmachines en keukenapparatuur. Stevens laat foto’s zien: “Kijk, de eerste handgedraaide wringer - die hadden wij ook thuis.”
“In 1986 werd Pelgrim overgenomen door ATAG, maar dit hield niet lang stand.” Pelgrim bestaat nog steeds en vind je tegenwoordig in Duiven.
De lezing vindt plaats op maandag 14 oktober om 19.30 uur bij Herberg Het Onland aan Rekhemseweg 175 in Doetinchem.









